Terrorisme zoals het wel is

(2006)

Auteur: Cemil Yilmaz

Titel: Terrorisme zoals het wel is
Subtitel: de naakte waarheid over terrorisme

 

‘Haat is de perfecte voedingsbodem voor terroristen.’

 

‘De allerergste vorm van terreur is die van de geestelijke terreur’.

 

Hamas, Al-Aqsa, Hezbollah, Djihad, Fatah, Al-Qaida, PKK, Mujaheddin, Taliban, Djandjaweed en nog vele anderen. Hoewel dit maar een klein aantal van alle terroristische organisaties is, maken ze wel een groot deel uit van het nieuws. Na 9/11 is de Westerse wereld gebombardeerd door de politiek en media over terroristen, mogelijke terroristen, mogelijk toekomstige terroristen en over personen met een terroristisch oogmerk/kenmerk. Keerzijde van dit alles is, dat het op deze manier te ver van ons bed is komen te staan om een realistische mening te vormen. Daarom was ik aangenaam verrast dat de Lexicom een lezing had georganiseerd die gehouden zou worden door een voormalige terrorist. Eindelijk een kans om het echte verhaal te horen en een beter beeld te krijgen over het hele concept ‘terrorist’. Na een paar belletjes heen en weer, nam Massoud Djabani contact met mij op en na een paar dagen zat ik met hem aan tafel voor een interview. Een interview waarbij ik stap voor stap het levensverhaal hoorde van een zeer interessante man.

 

Zijn verhaal begint in Iran, waar hij biologiedocent op het voortgezet onderwijs was. Daar was hij al een politiek activist tegen de regering van de sjah, omdat men de sjah zag als marionet van de VS. Deze anti-sjah gevoelens leidden uiteindelijk tot de Iraanse revolutie (1979), waarbij Ayatollah Khomeini aan de macht kwam. Na deze revolutie werd er Iran een Islamitische wetgeving opgelegd, waardoor vooral veel studenten in opstand kwamen. Eén van deze opstandelingen was Massoud. Hierdoor werd hij een gezocht man door de Iraanse regering en werd gedwongen onder te duiken op schuiladressen.

Op één van deze adressen kreeg hij te horen dat zijn jongste broer (15 jaar) publiekelijk was opgehangen en dat diens laatste woorden aan Massoud gericht waren: ‘dat hij in leven moest blijven en het land moest verlaten’. Dit was de derde broer die hij door toedoen van de Ayatollah middels executies verloor. Hiermee had hij al zijn broers verloren. Uit wraakzucht sloot hij zich actief aan bij de Mujaheddin, een terroristische organisatie die na de val van de sjah zich ging verzetten tegen het regime van Ayatollah Khomeini. Op 20 juni 1982 besloten de Mujaheddin zich ook gewapend te gaan verzetten tegen het regime: alle leden en sympathisanten, waaronder Massoud dus, pakten de wapens op.

Volgens Massoud kwam alles in een stroomversnelling na zijn besluit om zich gewapend te verzetten. De leden werden constant gepropageerd de vijand te haten en alles zwart-wit te zien. Het motto was ‘oog om oog, tand om tand’; hun aanpak verschilde in feite niet van dat van het regime Khomeini, waarbij mensen gemarteld en vermoord werden en veel geweld werd gebruikt. Het was eigenlijk meer een machtsstrijd geworden, maar dit zag hij op dat moment nog niet in.

 

De omkeer kwam nadat hij in Irak door drie kogels getroffen werd en lang in levensgevaar verkeerde, vanaf dat moment begon hij andere inzichten te krijgen.

De Mujaheddin waren destijds in Irak op uitnodiging van Saddam Hoessein om tegen Iran te vechten. In Irak was een grote bijeenkomst aangekondigd, waar alle leden en sympathisanten van de Mujaheddin naar toe kwamen. Bij die bijeenkomst begon het besef bij Massoud te ontstaan, dat Saddam hen alleen maar gebruikte als spion tegen hun eigen land en dat de Mujaheddin-organisatie  geworden was als het regime waar hij juist zolang tegen had gestreden: chanteren, informatie vervalsen, leugens, hersenspoeling, censuur, haat en tegen vrijheid van meningsuiting, liefde, eigen keuze van het nemen van een kind. De Mujaheddin was – net als het bewind van Khomeini sektarisch geworden en steeds verder van de maatschappij af komen te staan.

Toen hij eenmaal het besluit genomen had om eruit te stappen, ging het vrij snel. Dit ging twintig jaar geleden ook nog veel makkelijker dan tegenwoordig. Na eerst naar Pakistan te zijn gevlucht, is Massoud achttien jaar geleden als sympathisant van de organisatie naar Nederland gekomen. Als sympathisant, omdat hij zich daar toe verplicht voelde vanwege zijn overleden broers. Dus zamelde hij geld in, organiseerde vergaderingen en probeerde mensen te ronselen voor de Mujaheddin. Maar na mate de tijd vorderde, kreeg hijzelf steeds meer verhalen te horen van andere ex-leden, die na hem de organisatie hadden verlaten. Verhalen over verborgen martelingen, moordpartijen en andere erge dingen. Dit was het laatste zetje dat Massoud nodig had om zich compleet van de Mujaheddin los te maken. Hij wilde hier niet meer mee geassocieerd worden, aangezien hij er ooit bij was gegaan om voor vrijheid te vechten en niet voor wat het geworden was.

 

Massoud is nu al dertien jaar werkzaam als docent op een basisschool. Daar buiten is hij ook vrijwilliger bij sociaal culturele activiteiten en activist voor vluchtelingen. Hij geeft veel lezingen over terrorisme en over wat wij er tegen kunnen doen. Volgens hem is er in Nederland op dit moment geen direct gevaar, maar de juiste ingrediënten om terroristen te kweken zijn er wel. Ingrediënten als Wilders, Pastors en Verdonk, die de kloof tussen bevolkingsgroepen groter maken en haat zaaien. Media die alles opblazen en eenzijdige berichtgeving geven….

”Haat is de perfecte voedingsbodem voor terroristen” en in Nederland kunnen er op dit moment mensen gevoed worden in hun haatgevoelens.

Verder is het zo dat men ook uit verliefdheid zich aan kan sluiten bij een terroristische organisatie, omdat de partner er bij zit. Maar de grootste risicogroepen zijn radicale denkers en vatbare jongeren, die een moeilijke geschiedenis hebben. Massoud vertelt hierover dat deze emotioneel gevoelige jongeren meestal ten tijde van moeilijke situaties aangesproken worden over gevoelsmatige kwesties. Dit kan overal zijn, van school tot op straat en van discotheek tot moskee. Vervolgens probeert men een keer af te spreken met deze jongeren om met ze te praten, films te laten zien en lezingen te laten horen, om zo hun mening te beïnvloeden. Na een aantal gesprekken begint het gevoel van eigenwaarde bij zo’n jongere te dalen en hun identiteit te veranderen. Het individualisme maakt plaats voor het collectivisme, ik word wij. De normen en waarden van de groep worden overgenomen en het proces van hersenspoeling is begonnen.

 

De beste manier om hier iets tegen te doen is het openbaar maken en verklaren van de methoden die terroristische organisaties gebruiken. Mensen moeten goede en betrouwbare informatie krijgen over de gang van zaken en er moet niet alleen angst ingezaaid worden over dit onderwerp. Men moet bewust worden en niet denken dat dit hen toch nooit zou kunnen overkomen, als kind of ouder. Pas dus op met het stempel ‘terrorist’. Terrorisme zou namelijk nooit als excuus gebruikt mogen worden voor oorlog, of een mediamiddel mogen zijn om angst mee te zaaien. Niet door Al-Qaida of de VS, en zeker niet door onze eigen politici of media. Want de allerergste vorm van terreur is die van de geestelijke terreur. Een terrorist komt niet naar school of in een moskee, maar plaatst zich juist buiten de maatschappij.