Term 'Nieuwe Nederlanders' schept
verantwoordelijkheidsgevoel

door Eline Verhoef
HARDERWIJK/ERMELO - Weg met het aanstippen van
cultuurverschillen en op zoek naar overeenkomsten.
Dat is volgens Massoud Djabani, voorzitter van
Stichting Rahai de sleutel voor een succesvolle
integratie. Deze stichting helpt de kloof tussen
allochtonen en autochtonen te dichten. Maar om die
kloof te overbruggen is wel begrip en initiatief
nodig.
Zelf is Djabani erg actief in zijn woonplaats
Groningen. Zo is hij buurtbemiddelaar en bemiddelt
hij tussen etnische minderheden en
overheidsinstanties. Binnen Stichting Rahai, is hij
actief om trainingen als interculturele communicatie
en traumaverwerking te geven en interculturele
activiteiten te organiseren. Als voorbeeld noemt hij
de bus die eens in de maand gevuld wordt met 50%
Nederlanders en 50% etnische groepen om daarin over
hun achtergronden te praten. “Ik ben heel erg
optimistisch. We willen dit soort activiteiten
binnenkort landelijk gaan organiseren, dus ook in
Harderwijk”, vertelt hij.
Over het nieuwe project Samen KleurRijk is hij
razend enthousiast. “Ik vind het prachtig wat zij
aan het doen zijn. Ze organiseren heel veel
interculturele activiteiten. Ik ben ook bereid om
hun in alle aspecten te helpen.” Zo gaf Djabana zelf
onlangs op 25 maart nog een lezing over
cultuurverschil en het kennen van elkaars
identiteit. Want voordat sommige verschillen
overbrugd kunnen worden, is wel begrip en kennis
nodig. “Wij komen uit een land met een wij-cultuur.
Dat betekent dat je pas volwassen bent als je je in
een groep voegt”, legt hij uit. “Maar in het Westen
ben je volwassen als je individualistisch bent.”
Niet alleen daarin ligt een verschil ook in bepaalde
gebaren kunnen misverstanden bestaan als je niet
weet wat ze voor iemand betekenen. “Een middelvinger
is hier een vies gebaar, maar in oosterse landen
niet. Een knipoog is hier vriendschappelijk, maar in
het oosten schep je meer verwachtingen met dit
gebaar”, legt Djabani uit.
Zwart-wit
Volgens hem is het grootste verschil tussen
Nederlanders en Nieuwe Nederlanders de bril waardoor
ze kijken. “Als je bijvoorbeeld uit een gewelddadig
land komt, zie je alles zwart-wit. Je bent goed of
slecht, iets er tussenin bestaat niet. Dat zie je in
het onderwijs en overal. Op het moment dat zij in
Nederland komen, verdwalen zij binnen de kleur”,
vertelt Djabani. Ook vertelt hij dat velen uit
dictatoriale landen komen. “Mensen zijn gewend dat
zij in dienst van de overheid staan, maar als zij
hier komen is dat precies andersom waardoor er
wantrouwen ontstaat.” De truc is om door elkaars
bril te leren kijken. “Dan kun je de meeste
blokkades overzien”, vindt hij.
Onlangs heeft Stichting Rahai op basis van een
enquête, onderzoek gedaan binnen etnische
groeperingen naar wat zij nodig hebben om de
integratie te kunnen bevorderen. Daaruit bleek dat
op de geestelijke gezondheidszorg een groot taboe
berust. “Samen met zorgcentra willen we een weg
vinden om mensen te helpen zich thuis te laten
voelen, zodat zij hun gevoelens durven uiten. De
conclusie is dat de meeste allochtonen te weinig
informatie hebben over zorg in het algemeen en
psychische zorg. Die informatie krijgen zij op het
moment dat zij het thuisgevoel krijgen”, legt
Djabani uit.
Integratie werkt volgens de voorzitter niet op
papier maar door praktische acties. “Wij zijn tegen
papierwerk, dat is taboe voor ons. Wij komen uit
landen waar wij één keer per maand een brief in de
bus krijgen”, vertelt hij lachend.
Termen als allochtonen en autochtonen kunnen we
volgens Djabani beter niet gebruiken. Hij geeft de
voorkeur aan de term ‘Nieuwe Nederlanders’. “Door
deze term te gebruiken geef je mensen een
verantwoordelijkheidsgevoel, ze krijgen het gevoel
dat ze iets moeten doen”, adviseert hij. Om zijn
standpunt te illustreren vertelt hij dat hij in 2005
geridderd werd met een lintje: “Met die waardering
kreeg ik een extra verantwoordelijkheidsgevoel om
door te gaan en mijn uiterste best te doen”, aldus
Djabani.
Meer informatie:
www.rahai.nl